Dierenartsen met een visie op de toekomst… Ze bestaan!

Onderstaande kwam ik tegen op de FB pagina van FVE. Gisteren ging hun algemene vergadering door, in Wallonië. Dat de vertegenwoordigers van de Vlamingen (VDV, IVDB, NGROD) leken te ontbreken, is een spijtige zaak waar dringend een oplossing voor gezocht moet worden.

Gelukkig wordt er rondom ons wel nagedacht over de toekomst, worden er wel visies ontwikkeld. Ik kan me alleszins vinden in onderstaande.  FVE

(Bron: https://www.facebook.com/163706280365782/photos/a.165427163527027.43983.163706280365782/1079485778787823/?type=3&theater )

Wanneer wordt bij ons die broodnodige rondetafel georganiseerd? Zaken genoeg om over na te denken.

 

Advertenties

Antibiotica in de veeteelt: ‘Weg met de toegeknepen remmen op de tandem tussen veehouder en dierenarts’

AMCRA-voorzitter en goede collega Prof. dr. Jeroen Dewulf van de UGent gaf onlangs tijdens een debat aan dat hij zich vergist had door te denken dat het opzetten van een “datacollectiesysteem antibioticumgebruik” in de veehouderij vanzelf zou leiden tot een daling van dat antibioticumgebruik. Dat is een ongemakkelijke conclusie. Het verzamelen van de gegevens over het gebruik van antimicrobiële middelen in de veeteelt zal op termijn een belangrijk instrument worden voor een daling, maar op zich volstaat het niet.

Lees verder via knack.be (klik hier).

Toespraak tijdens de officiële opening van het nieuw kantoor van de NGROD op 13 mei 2016, in aanwezigheid van minister Maggie De Block

_DSC6596-1

 

20160513_163358

Mevrouw de minister, geachte magistraten, mijnheer de burgemeester, beste collega’s en genodigden,

Goedemiddag en hartelijk welkom in Merelbeke. Het doet ons een plezier dat jullie tijd vrijmaakten om aanwezig te zijn tijdens de officiële openingsplechtigheid van het nieuwe pand van de Nederlandstalige Gewestelijke Raad van de Orde der Dierenartsen, kortweg de NGROD.

Mevrouw de minister,

Door uw aanwezigheid geeft u aan te waarderen dat dierenartsen niet alleen dagdagelijks instaan voor de gezondheid en het welzijn van de dieren maar ook een belangrijke rol spelen in het bewaken van de voedselveiligheid en de volksgezondheid, materie die u nauw aan het hart ligt. Zo staan dierenartsen in voor de keuring in slachthuizen; ze certificeren producten van dierlijke oorsprong voor export; ze detecteren, melden en bestrijden zoönoses; ze behandelen, na grondig klinisch onderzoek van het individuele dier of het landbouwbedrijf, dieren die in de voedselketen terecht zullen komen; ze verschaffen diergeneesmiddelen, voorzien van de nodige informatie en adviezen, aan hun klanten/veehouders. En ze zetten, indien noodzakelijk, uiteraard antimicrobiële middelen in, ook bij gezelschapsdieren. Dierenartsen zijn goed opgeleid en bijgeschoold, mevrouw de minister, om al deze taken op een verstandige manier, met kennis van zaken en met een groot gevoel voor verantwoordelijkheid uit te voeren, terwijl hun Orde én de overheid over hun schouder meekijken.

Het dossier van de opkomende antimicrobiële resistentie bij bacteriën bij de mens en de vermeende rol van de veehouderij en de diergeneeskunde daarin, is ondertussen al een tijd actueel. Slechts via een zogenaamde “one health” benadering, door een intensieve samenwerking tussen artsen en dierenartsen en andere disciplines dus, kunnen we ook deze uitdaging aanpakken. De Belgische dierenartsen hebben alvast stappen gezet in de juiste richting. Ik som er enkele, pro memorie, op:

  1. ze zijn medeoprichter van AMCRA, het in 2012 opgerichte kenniscentrum voor antibioticagebruik en -resistentie bij dieren in België, en zetelen ook vandaag nog in de Raad van Bestuur;
  2. De AMCRA 2020 doelstellingen werden mee opgesteld en onderschreven;
  3. In alle AMCRA werkgroepen en in de AMCRA adviesraad zijn de dierenartsen vertegenwoordigd;
  4. Er wordt meegewerkt aan het convenant dat u, mevrouw de minister, samen met uw collega Borsus en onder de auspiciën van het FAVV, uitwerkt;
  5. De Hoge Raad van de Orde der Dierenartsen wees veelvuldig op de gevaren van zelfmedicatie en van de illegale uitoefening van de diergeneeskunde;
  6. De dierenartsen hebben zich zelf de deontologische plicht opgelegd om nog voorzichtiger om te springen met antimicrobiële middelen. De betreffende bepalingen in de Code der plichtenleer (art. 33bis) zijn sinds maart 2015 in voege en tot op vandaag de enige met een afdwingbaar karakter;

Uiteraard is er nog veel werk aan de winkel. In de strijd tegen de antimicrobiële resistentie, bij bacteriën van mens en dier, zullen alle actoren kordaat moeten handelen, ook de dierenartsen. Zaken die voor ons belangrijk zijn om – samen – succes te boeken, zijn onder andere:

  1. Het voluit inzetten op preventie als dé basis voor de beoogde reductie in het gebruik van antibiotica. Dat kan o.a. via het uitbreiden van het datacollectiesysteem “antibiotica” met een datacollectiesysteem “diergezondheid” én het herzien van de wetgeving rond de  diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding;
  2. Het stimuleren van de samenwerking tussen veehouder en dierenarts en het verder responsabiliseren van beide partijen;

En laat ons ook, mevrouw de minister, beste genodigden, durven nadenken over een vaste, hoge prijs voor antibiotica voor diergeneeskundig gebruik én aan een verbod op kortingen op antimicrobiële middelen doorheen de ganse distributieketen.

Mevrouw de minister, uw aanwezigheid hier vandaag bewijst dat u het “one health concept” hoog in het vaandel draagt. Laten we samen bestaande initiatieven uitdiepen en de samenwerking tussen artsen en dierenartsen versterken. Dat zal ons niet alleen helpen in de strijd tegen de antimicrobiële resistentie maar ook in de aanpak van belangrijke zoönoses.

Beste collega’s, ik richt mij ook in het bijzonder tot jullie,

De uitdagingen voor de Vlaamse/Belgische dierenartsen zijn groot. Ik heb ze vroeger al opgesomd, en de lijst is niet korter geworden. Interne discussies hebben ons als beroepsgroep alweer veel tijd en energie gekost. We zijn hier echter om vooruit te kijken en positief te denken want met uitdagingen komen ook kansen. Steeds meer mensen zijn bereid hun huisdieren steeds beter te verzorgen, en daar zijn dierenartsen voor nodig. De groeiende wereldbevolking moet op klimaatvriendelijke manier gevoed worden en dat kan niet zonder de expertise van dierenartsen, dierenartsen actief in de praktijk maar ook bijvoorbeeld in het onderzoek. Laat ons er samen voor zorgen, beste confraters, dat de maatschappij zich nog beter dan vandaag realiseert wat dierenartsen allemaal in hun mars hebben. Tenslotte – en vergeef me deze chauvinistische quote, mevrouw de minister – zijn dierenartsen de enige dokters die getraind worden om de gezondheid van zowel mens als dier te beschermen. Ook de Orde speelt daarin als bewaker van de geloofwaardigheid van het voltallige diergeneeskundige corps een zeer belangrijke rol.

Dierenartsen zijn de enige dokters die getraind worden om de gezondheid van zowel mens als dier te beschermen

In dat kader en niet altijd in de gemakkelijkste omstandigheden heeft de huidige legislatuur de NGROD verder klaargestoomd voor de toekomst. Er werd geïnvesteerd in mensen en infrastructuur maar niet zonder uit het oog te verliezen wat er rondom ons gebeurt, ook op procedureel vlak: via de zogenaamde “interorde-vergaderingen” werd en wordt er bijvoorbeeld nagedacht over modernisering en harmonisering van procedures. Ook de Orde der artsen zit trouwens mee aan tafel, mevrouw de minister, en de uitwisseling van kennis en ervaringen, voor elke orde toch weer anders, is zonder meer een meerwaarde voor alle partijen.

Ik ben zo vrij even stil te staan bij enkele zaken die, naast de dagdagelijkse taken, de laatste jaren gerealiseerd werden door de NGROD :

  1. Er werd geïnvesteerd in een volledig digitaal platform; kantoorsoftware werd ontwikkeld en gekoppeld aan de website en een emailservice vormt dit de basis voor de organisatie van elektronische verkiezingen, professionele ledenadministratie, een digitaal archief, goedkope en snelle elektronische communicatie met de leden en derden, het online aanvragen van bijscholingen door bijscholingsverstrekkers, het online bijhouden van gevolgde bijscholingen door leden; kortom, de NGROD werd de 21e eeuw binnengeloodst;
  2. Er werd een diergeneeskundige adviseur aangenomen die alle diergeneeskundige dossiers opvolgt, wat zorgt voor continuïteit van kennis en inzichten ten dienste van de leden én de werking van de Hoge Raad werd geoptimaliseerd door het aannemen van een administratief secretaris;
  3. De NGROD fungeerde als denktank voor het beroep door het organiseren van overleg met de beroepsorganisaties, met de regionale dierenartsenverenigingen, met de dierenklinieken, het organiseren van een debat op Expovet; onderwerpen als de bedrijfsbegeleiding, de onafhankelijkheid, wachtdiensten kwamen aan bod;
  4. Er werd heel wat tijd geïnvesteerd in inhoudelijk overleg met de overheid en de stakeholders, én in profilering en netwerking, zoals vandaag het geval is;
  5. De ruil van het huis aan de Salisburylaan met dit mooie pand werd na bijna 5 jaar onderhandelen afgerond, de reden trouwens waarom we hier vandaag samen zijn.

20160513_181510De NGROD investeerde voluit in mensen en infrastructuur vanuit de overtuiging dat een prominent aanwezige en efficiënte Orde noodzakelijk is om zijn kerntaak, het bewaken van de geloofwaardigheid van alle dierenartsen, nog beter te vervullen. De focus van de NGROD bleef echter niet alleen bij zijn tuchtbevoegdheid (waarmee dierenartsen die de geloofwaardigheid van het beroep in het gedrang brengen, kunnen worden aangesproken) maar er werd volop ingezet op efficiëntie, inhoud, transparantie, netwerken, proactief denken en handelen. De Vlaamse dierenartsen werden en worden op die manier, en terecht, als betrouwbare partners met belangrijke maatschappelijke taken, naar voor geschoven.

Al deze zaken realiseren was en is alleen maar mogelijk vanuit een gemeenschappelijke visie en met een sterk team. Iedereen die heeft bijgedragen aan de realisaties wil ik uitdrukkelijk bedanken. Ik ben er mij van bewust dat ik als voorzitter heel veel eis van zowel het secretariaat als van de collega-raadsleden maar ik ben fier op en tevreden over het geleverde werk. Na de zomer zal de volgende NGROD legislatuur vanuit een modern en professioneel pand én zonder schulden verder werk kunnen maken van de kerntaak, de geloofwaardigheid van de dierenartsen bewaken, en zal daarvoor kunnen rekenen op een ervaren en inhoudelijk sterk secretariaatsteam en een modern IT systeem.

Om af te sluiten wil ik jullie allemaal, en in het bijzonder u, mevrouw de minister, nogmaals bedanken voor uw komst en wil ik het glas heffen op de samenwerking tussen artsen en dierenartsen, op ons nieuwe pand én op de toekomst.

Gezondheid!

20160513_155241

Wat studenten diergeneeskunde (zoal) denken

Al enkele jaren stel ik de derdejaarsstudenten diergeneeskunde aan de UGent enkele vragen bij de start van de lessen praktijkmanagement. Zodoende kan ik mezelf een beeld vormen van hoe ze (zoal) denken over hun toekomst in de dierenartsenpraktijk.

Al jaren blijkt dat studenten na afstuderen een grote voorkeur hebben voor samenwerken in een groepspraktijk (tussen de 55 en >70%).

PM1

Het samenwerken lijkt ook de manier waarmee de studenten zich zelf willen wapenen tegen de veranderingen die plaats grijpen rondom de diergeneeskunde, ook al zijn er een niet onbelangrijk deel die denken dat vooral innovatie een rol moet spelen.

PM2

Het aspect “innoveren” doet me trouwens denken aan een interessant artikel dat vandaag in De Standaard verscheen: “Ook notaris voelt hete adem technologie“. Zijn dierenartsen als vrije beroepers met een regulerende Orde daarmee bezig en is de aanpassing van de Code het enige dat nodig is om de verandering te begeleiden?

Dat  studenten diergeneeskunde hun maatschappelijk rol als dierenarts niet onderschatten, leid ik af uit onderstaande word cloud. Bij de vraag aan welke drie waarden derdejaarsstudenten diergeneeskunde denken bij het horen van de term “dierenarts”, bleken vooral zaken als “aandacht en opvolging”, “expertise” en “plichtsbesef” belangrijk.

PM3eB

Dat de termen “stabiliteit” en “voorspelbaarheid” door geen enkele student werden aangeduid, suggereert dat ze zich bewust zijn van een toekomst die uitdagingen (en dus ook kansen) met zich meebrengt. Als iets niet voorspelbaar is, blijft het boeiend en wordt het nooit saai. Toch?

 

What are the challenges troubling the modern vet?

Internet and big business are increasing the pressure on vets

Still an important cornerstone of the animal health industry, veterinarians are integral to the future of the world’s veterinary medicines manufacturers. So how challenging is the role of the modern vet? Animal Pharm editor Joseph Harvey visited Ghent University’s veterinary faculty to find a point of view from academia.

“The internet and television give a romantic view of vets,” Professor Sarne De Vliegher of Ghent University told Animal Pharm.

Continue reading here.

 

Extern kapitaal in de diergeneeskunde of niet?

Af en toe hoor je wel een keer een Vlaamse dierenarts een ballonnetje oplaten rond het toelaten van niet-diergeneeskundig kapitaal binnen de diergeneeskunde, hoor je wel een keer een collega luidop dromen over externe investeerders die helpen om zijn praktijk om te vormen tot een centrum waar hond lief wordt achtergelaten aan de goede zorgen van de dierenartsen en bijgeknipt en gewassen in het trimsalon het baasje opwacht terwijl die bekomt van de drukke werkweek in het wellness-centrum op de eerste verdieping.

Een en ander wordt ondertussen weer een stuk concreter nu investeringsmaatschappijen in Nederland, na andere landen, volledige dierenartsenpraktijken opkopen. In België kan dat momenteel niet omdat de Hoge Raad van de Orde niet toelaat dat niet-dierenartsen instappen in het kapitaal van een diergeneeskundige structuur. Vraag is of de Belgische dierenarts er belang bij heeft dat dat zo blijft of niet? Of moeten we eerder het belang van de maatschappij indachtig zijn, want waakt de dierenarts niet mee over o.a. de volksgezondheid?

In essentie draait de vraag rond de onafhankelijkheid van de dierenarts en diens maatschappelijke rol die niet door (zuiver) winstbejag gecompromitteerd mag worden. Over die onafhankelijkheid waken én de overheid én de Orde. Beide hebben echter bitter weinig te vertellen aan niet-dierenartsen die de praktijk overnemen en runnen met een behoorlijk rendement op hun investering in het achterhoofd. De dierenartsen in dienstverband zullen wel wat bijgestuurd worden als zou blijken dat hun persoonlijk rendement te laag ligt… of niet?

Zijn de Vlaamse (Belgische) dierenartsen bereid hun onafhankelijkheid op te geven voor een beter statuut en betere werkuren in een professioneel door managers gerunde structuur ten dienste van hongerige aandeelhouders? Willen (de meeste) dierenartsen zich niet gewoon vooral bezighouden met diergeneeskunde en zal in een dergelijk scenario hun arbeidsvreugde niet substantieel toenemen want verlost van alle niet-diergeneeskundige taken en beslommeringen? Is dat niet het betere scenario voor de jonge dierenartsen die, anders dan hun oudere collega’s die dag en nacht zwoeg(d)en, toch ook graag (meer) tijd willen maken voor gezin en ontspanning? Onafhankelijkheid en objectiviteit, who cares?

Trouwens, wat kopen de Belgische dierenartsen vandaag nog met die wettelijk en deontologisch opgelegde onafhankelijkheid? Leidt dat tot het nodige respect van de maatschappij, de overheid, de wetgever, het cliënteel? Leidt die onafhankelijkheid tot een unieke onderhandelpositie in het kader van nieuwe wetgeving die hun beroep raakt, tot correcte betaling van hun overheidsopdrachten, tot  … ? De vraag stellen, is het antwoord geven.

Tijd dus om doorheen alle geledingen van ons beroep na te denken over dit dossier en mee richting te geven aan de toekomst. Wel of geen extern kapitaal in de diergeneeskunde, en wat geven we daar wel of niet (graag) voor op en wat krijgen we (mogelijks) (niet) in de plaats?

Wie denkt mee?

It is not the critic who counts

“It is not the critic who counts; not the man who points out how the strong man stumbles, or where the doer of deeds could have done them better.

The credit belongs to the man who is actually in the arena, whose face is marred by dust and sweat and blood, who strives valiantly; who errs and comes short again and again; because there is not effort without error and shortcomings; but who does actually strive to do the deed; who knows the great enthusiasm, the great devotion, who spends himself in a worthy cause, who at the best knows in the end the triumph of high achievement and who at the worst, if he fails, at least he fails while daring greatly.

So that his place shall never be with those cold and timid souls who know neither victory nor defeat.”

Theodore Roosevelt (1858 – 1919)

“Man in the Arena”

Speech given April 23, 1910 Sorbonne, Paris

(Quote werd me vandaag via mail bezorgd –  thx!)

Frisse winterochtend langs de Zwalm

IMG_20151205_091205

Enkele weken terug wandelde ik, vlakbij de Zwalmmolen, langs de Zwalm, een klein maar mooi riviertje dat door zijn grote verval meerdere watermolens rijk is, waaronder enkele in de gemeente Zwalm in de Vlaamse Ardennen.

Met mijn smartphone maakte ik bovenstaande foto, net op het moment dat de zon zich verschool achter de sluierwolken. Het licht, de frisse ochtendlucht (misschien kan je die wel voelen en ruiken), de rimpeling in het water, het nog erg groene gras… ik vond het mooi genoeg om het te delen.

-Happy 2016-

Over email-adressen en teflon

Aan alle Vlaamse dierenartsen (van goede wil),

Ik heb de laatste maanden al heel vaak mijn naam (en die van andere raadsleden) zien verschijnen in e-mails gericht aan collega’s op de Faculteit, aan de decaan, ja zelfs de rector van de UGent, in de newsletters en krant van IV-DB. Ook nu weer (nu werd er zelfs een Wet naar mij vernoemd…).

Nooit eerder heb ik gereageerd ook al stond elk van deze communicaties vol verdraaide waarheden en flagrante leugens, ook al was ik telkens weer gechoqueerd door de schandelijke inhoud én door reacties die anoniem gepost worden, vermoedelijk vaak door mensen die mij en de andere geciteerden geeneens persoonlijk kennen. Elke voorzitter van de Orde wordt –  terecht – verwacht te verzoenen, niet te polariseren. Vandaag heb ik beslist wél te reageren, niet anoniem uiteraard en ook niet om te polariseren, wel om wat toelichting te geven en enkele bedenkingen te maken.

De NGROD heeft voor elke dierenarts een uniek e-mailadres gecreëerd om op goedkope, snelle en (kost)efficiënte manier te kunnen communiceren én elektronische verkiezingen te kunnen organiseren. PUNT. Hadden we dat kunnen doen op basis van de bestaande e-mailadressen van de dierenartsen: uiteraard… maar we hebben ze niet. Ondanks de vraag in vele (nog per post verstuurde) nieuwsletters én ondanks de deontologische verplichting beschikt de NGROD momenteel slechts over een functioneel mailadres van ongeveer 60% van de leden… Zonder e-mailadres van (zo goed als) alle leden kunnen we als NGROD niet als een moderne organisatie functioneren, en dat is toch wat elk lid terecht van zijn Orde mag verwachten, niet? En dus werd er gekozen voor het aanmaken van een uniek e-mailadres voor elke dierenarts. Elke dierenarts kan, op heel eenvoudige manier, vanuit dit performante systeem de ontvangen NGROD-mails automatisch laten doorsturen naar een ander adres. Kan de NGROD de mails van de leden nalezen… uiteraard niet. Wie bedenkt zoiets?

De NGROD vraagt via de vernieuwde website om in de databank uw professionele activiteiten (eventueel interesses) achter te laten. PUNT. Om u te controleren? Wie bedenkt zoiets? Een goed ingevulde databank zal de Vlaamse dierenartsen o.a. eindelijk de kans geven om bv. een dossier als dat van de plethora grondig aan te kaarten. Nu moeten we in elke plethora-discussie van bij de start al met rode kaken toegeven dat we zelfs niet weten hoeveel dierenartsen actief zijn in de praktijk in Vlaanderen, hoeveel dierenartsen actief zijn in deze of gene sector … m.a.w. elke poging tot het vinden van een opening in de saga van de plethora is  al direct onmogelijk door een gebrek aan essentiële gegevens. Vandaar de beleefde vraag om uw (afgeschermde!) gegevens achter te laten. PUNT.

Blijkbaar denken sommigen dat misleidende communicatie ons beroep vooruit helpt, dat collega’s demoniseren alle zorgen en uitdagingen uit ons beroep wegneemt. Iedereen kiest uiteraard de leiders die hij of zij wil maar toch deze bedenking: als ik straks als voorzitter van de NGROD verdwenen zal zijn, of beter nog (volgens sommigen) als straks de NGROD niet meer bestaat, zullen dan alle problemen uit ons beroep plots verdwenen zijn? Zal dan de plethora (ik zat nog op de middelbare school toen de discussie daarover 30 jaar terug startte) niet meer bestaan, zullen dan de tarieven in de diergeneeskunde spectaculair stijgen, zal dan het depotrecht bij de dierenartsen blijven, zal dan de overheid gewillig met de dierenartsen aan tafel gaan zitten om te luisteren naar hun noden en wensen en ze in te willigen, zullen dan de vacaties en de verloning van de DMO-ers exponentieel stijgen, zullen dan de landbouworganisaties de dierenartsen met heel veel respect prijzen voor hun kennis en kunde, zullen jonge dierenartsen dan dik betaald worden en zal het schijnzelfstandigenstatuut dan verdwenen zijn, zal de maatschappij dan niet meer naar de dierenartsen wijzen in de discussie rond de antimicrobiële resistentie, zal men dan aan dierenartsen denken als beschermers van het dierenwelzijn, de volksgezondheid en de diergezondheid, zal dan …?

Ik heb de laatste jaren geprobeerd luidop na te denken over de diergeneeskunde (zie https://sarnedevliegher.wordpress.com), heb het aangedurfd om de leiding te nemen over de NGROD om deze vanuit een duidelijke visie klaar te maken voor de toekomst, om hem communicatiever, efficiënter, transparanter te maken om de geloofwaardigheid van de dierenartsen beter dan ooit te kunnen verdedigingen, heb me samen met een team van fantastische collega’s geëngageerd om de Vlaamse dierenartsen te vertegenwoordigen en te werken aan een betere diergeneeskundige toekomst …  maar realiseer me ondertussen dat je van “teflon en beton” moet zijn om dat te overleven. En dat ben ik niet.