Toespraak tijdens de officiële opening van het nieuw kantoor van de NGROD op 13 mei 2016, in aanwezigheid van minister Maggie De Block

_DSC6596-1

 

20160513_163358

Mevrouw de minister, geachte magistraten, mijnheer de burgemeester, beste collega’s en genodigden,

Goedemiddag en hartelijk welkom in Merelbeke. Het doet ons een plezier dat jullie tijd vrijmaakten om aanwezig te zijn tijdens de officiële openingsplechtigheid van het nieuwe pand van de Nederlandstalige Gewestelijke Raad van de Orde der Dierenartsen, kortweg de NGROD.

Mevrouw de minister,

Door uw aanwezigheid geeft u aan te waarderen dat dierenartsen niet alleen dagdagelijks instaan voor de gezondheid en het welzijn van de dieren maar ook een belangrijke rol spelen in het bewaken van de voedselveiligheid en de volksgezondheid, materie die u nauw aan het hart ligt. Zo staan dierenartsen in voor de keuring in slachthuizen; ze certificeren producten van dierlijke oorsprong voor export; ze detecteren, melden en bestrijden zoönoses; ze behandelen, na grondig klinisch onderzoek van het individuele dier of het landbouwbedrijf, dieren die in de voedselketen terecht zullen komen; ze verschaffen diergeneesmiddelen, voorzien van de nodige informatie en adviezen, aan hun klanten/veehouders. En ze zetten, indien noodzakelijk, uiteraard antimicrobiële middelen in, ook bij gezelschapsdieren. Dierenartsen zijn goed opgeleid en bijgeschoold, mevrouw de minister, om al deze taken op een verstandige manier, met kennis van zaken en met een groot gevoel voor verantwoordelijkheid uit te voeren, terwijl hun Orde én de overheid over hun schouder meekijken.

Het dossier van de opkomende antimicrobiële resistentie bij bacteriën bij de mens en de vermeende rol van de veehouderij en de diergeneeskunde daarin, is ondertussen al een tijd actueel. Slechts via een zogenaamde “one health” benadering, door een intensieve samenwerking tussen artsen en dierenartsen en andere disciplines dus, kunnen we ook deze uitdaging aanpakken. De Belgische dierenartsen hebben alvast stappen gezet in de juiste richting. Ik som er enkele, pro memorie, op:

  1. ze zijn medeoprichter van AMCRA, het in 2012 opgerichte kenniscentrum voor antibioticagebruik en -resistentie bij dieren in België, en zetelen ook vandaag nog in de Raad van Bestuur;
  2. De AMCRA 2020 doelstellingen werden mee opgesteld en onderschreven;
  3. In alle AMCRA werkgroepen en in de AMCRA adviesraad zijn de dierenartsen vertegenwoordigd;
  4. Er wordt meegewerkt aan het convenant dat u, mevrouw de minister, samen met uw collega Borsus en onder de auspiciën van het FAVV, uitwerkt;
  5. De Hoge Raad van de Orde der Dierenartsen wees veelvuldig op de gevaren van zelfmedicatie en van de illegale uitoefening van de diergeneeskunde;
  6. De dierenartsen hebben zich zelf de deontologische plicht opgelegd om nog voorzichtiger om te springen met antimicrobiële middelen. De betreffende bepalingen in de Code der plichtenleer (art. 33bis) zijn sinds maart 2015 in voege en tot op vandaag de enige met een afdwingbaar karakter;

Uiteraard is er nog veel werk aan de winkel. In de strijd tegen de antimicrobiële resistentie, bij bacteriën van mens en dier, zullen alle actoren kordaat moeten handelen, ook de dierenartsen. Zaken die voor ons belangrijk zijn om – samen – succes te boeken, zijn onder andere:

  1. Het voluit inzetten op preventie als dé basis voor de beoogde reductie in het gebruik van antibiotica. Dat kan o.a. via het uitbreiden van het datacollectiesysteem “antibiotica” met een datacollectiesysteem “diergezondheid” én het herzien van de wetgeving rond de  diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding;
  2. Het stimuleren van de samenwerking tussen veehouder en dierenarts en het verder responsabiliseren van beide partijen;

En laat ons ook, mevrouw de minister, beste genodigden, durven nadenken over een vaste, hoge prijs voor antibiotica voor diergeneeskundig gebruik én aan een verbod op kortingen op antimicrobiële middelen doorheen de ganse distributieketen.

Mevrouw de minister, uw aanwezigheid hier vandaag bewijst dat u het “one health concept” hoog in het vaandel draagt. Laten we samen bestaande initiatieven uitdiepen en de samenwerking tussen artsen en dierenartsen versterken. Dat zal ons niet alleen helpen in de strijd tegen de antimicrobiële resistentie maar ook in de aanpak van belangrijke zoönoses.

Beste collega’s, ik richt mij ook in het bijzonder tot jullie,

De uitdagingen voor de Vlaamse/Belgische dierenartsen zijn groot. Ik heb ze vroeger al opgesomd, en de lijst is niet korter geworden. Interne discussies hebben ons als beroepsgroep alweer veel tijd en energie gekost. We zijn hier echter om vooruit te kijken en positief te denken want met uitdagingen komen ook kansen. Steeds meer mensen zijn bereid hun huisdieren steeds beter te verzorgen, en daar zijn dierenartsen voor nodig. De groeiende wereldbevolking moet op klimaatvriendelijke manier gevoed worden en dat kan niet zonder de expertise van dierenartsen, dierenartsen actief in de praktijk maar ook bijvoorbeeld in het onderzoek. Laat ons er samen voor zorgen, beste confraters, dat de maatschappij zich nog beter dan vandaag realiseert wat dierenartsen allemaal in hun mars hebben. Tenslotte – en vergeef me deze chauvinistische quote, mevrouw de minister – zijn dierenartsen de enige dokters die getraind worden om de gezondheid van zowel mens als dier te beschermen. Ook de Orde speelt daarin als bewaker van de geloofwaardigheid van het voltallige diergeneeskundige corps een zeer belangrijke rol.

Dierenartsen zijn de enige dokters die getraind worden om de gezondheid van zowel mens als dier te beschermen

In dat kader en niet altijd in de gemakkelijkste omstandigheden heeft de huidige legislatuur de NGROD verder klaargestoomd voor de toekomst. Er werd geïnvesteerd in mensen en infrastructuur maar niet zonder uit het oog te verliezen wat er rondom ons gebeurt, ook op procedureel vlak: via de zogenaamde “interorde-vergaderingen” werd en wordt er bijvoorbeeld nagedacht over modernisering en harmonisering van procedures. Ook de Orde der artsen zit trouwens mee aan tafel, mevrouw de minister, en de uitwisseling van kennis en ervaringen, voor elke orde toch weer anders, is zonder meer een meerwaarde voor alle partijen.

Ik ben zo vrij even stil te staan bij enkele zaken die, naast de dagdagelijkse taken, de laatste jaren gerealiseerd werden door de NGROD :

  1. Er werd geïnvesteerd in een volledig digitaal platform; kantoorsoftware werd ontwikkeld en gekoppeld aan de website en een emailservice vormt dit de basis voor de organisatie van elektronische verkiezingen, professionele ledenadministratie, een digitaal archief, goedkope en snelle elektronische communicatie met de leden en derden, het online aanvragen van bijscholingen door bijscholingsverstrekkers, het online bijhouden van gevolgde bijscholingen door leden; kortom, de NGROD werd de 21e eeuw binnengeloodst;
  2. Er werd een diergeneeskundige adviseur aangenomen die alle diergeneeskundige dossiers opvolgt, wat zorgt voor continuïteit van kennis en inzichten ten dienste van de leden én de werking van de Hoge Raad werd geoptimaliseerd door het aannemen van een administratief secretaris;
  3. De NGROD fungeerde als denktank voor het beroep door het organiseren van overleg met de beroepsorganisaties, met de regionale dierenartsenverenigingen, met de dierenklinieken, het organiseren van een debat op Expovet; onderwerpen als de bedrijfsbegeleiding, de onafhankelijkheid, wachtdiensten kwamen aan bod;
  4. Er werd heel wat tijd geïnvesteerd in inhoudelijk overleg met de overheid en de stakeholders, én in profilering en netwerking, zoals vandaag het geval is;
  5. De ruil van het huis aan de Salisburylaan met dit mooie pand werd na bijna 5 jaar onderhandelen afgerond, de reden trouwens waarom we hier vandaag samen zijn.

20160513_181510De NGROD investeerde voluit in mensen en infrastructuur vanuit de overtuiging dat een prominent aanwezige en efficiënte Orde noodzakelijk is om zijn kerntaak, het bewaken van de geloofwaardigheid van alle dierenartsen, nog beter te vervullen. De focus van de NGROD bleef echter niet alleen bij zijn tuchtbevoegdheid (waarmee dierenartsen die de geloofwaardigheid van het beroep in het gedrang brengen, kunnen worden aangesproken) maar er werd volop ingezet op efficiëntie, inhoud, transparantie, netwerken, proactief denken en handelen. De Vlaamse dierenartsen werden en worden op die manier, en terecht, als betrouwbare partners met belangrijke maatschappelijke taken, naar voor geschoven.

Al deze zaken realiseren was en is alleen maar mogelijk vanuit een gemeenschappelijke visie en met een sterk team. Iedereen die heeft bijgedragen aan de realisaties wil ik uitdrukkelijk bedanken. Ik ben er mij van bewust dat ik als voorzitter heel veel eis van zowel het secretariaat als van de collega-raadsleden maar ik ben fier op en tevreden over het geleverde werk. Na de zomer zal de volgende NGROD legislatuur vanuit een modern en professioneel pand én zonder schulden verder werk kunnen maken van de kerntaak, de geloofwaardigheid van de dierenartsen bewaken, en zal daarvoor kunnen rekenen op een ervaren en inhoudelijk sterk secretariaatsteam en een modern IT systeem.

Om af te sluiten wil ik jullie allemaal, en in het bijzonder u, mevrouw de minister, nogmaals bedanken voor uw komst en wil ik het glas heffen op de samenwerking tussen artsen en dierenartsen, op ons nieuwe pand én op de toekomst.

Gezondheid!

20160513_155241

Advertenties

One thought on “Toespraak tijdens de officiële opening van het nieuw kantoor van de NGROD op 13 mei 2016, in aanwezigheid van minister Maggie De Block

Add yours

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: