(Schijn)Zelfstandigen in de dierenartsenpraktijk

De vraag waarom jonge dierenartsen in Vlaanderen nog steeds aangenomen worden onder het (schijn)zelfstandige statuut en weinig tot zeer weinig betaald worden, is erg relevant. Enkele jaren terug zou ik zonder veel twijfelen geantwoord hebben dat het beschamend (zelfs schandelijk) is dat jonge dierenartsen als schijnzelfstandige aan een karig loon en zonder veel bescherming worden aangenomen door oudere collega’s.

Ondertussen realiseer ik mij dat het antwoord op bovenstaande probleemstelling genuanceerder moet zijn en rekening moet houden met de complexe situatie, waarin ons beroep zich bevindt en waar het naartoe wil.

Laten we eerst en vooral niet vergeten dat wanneer schijnzelfstandigheid vastgesteld wordt, een zogenaamde herkwalificatie van de arbeidsrelatie tussen de opdrachtgever (die dan werkgever wordt) en de schijnzelfstandige (die werknemer wordt) altijd in het nadeel zal uitdraaien van de eerstgenoemde. Hij zal achterstallige sociale bijdragen en belastingen, boete en verwijlinteresten moeten betalen en kan eventueel strafrechtelijk vervolgd worden. (Jonge) dierenartsen als schijnzelfstandigen aannemen, houdt dus een risico in op een herkwalificatie van de arbeidsrelatie. Blijkbaar is dit risico beperkt en wel door de simpele vaststelling zo goed als geen enkele praktijkdierenarts in dienstverband voor een praktijk werkt. Misschien is dat wel verdedigbaar (zoals ik verder zal beargumenteren) gezien het belang van de onafhankelijkheid van de dierenarts.

Jonge collega’s (te) weinig betalen voor hun werk blijft uiteraard een groot probleem binnen het diergeneeskundige beroep. Het leidt tot frustratie en voedt de vicieuze cirkel waarbinnen de ontgoochelde jonge collega’s een eigen, vaak onrendabele, praktijk opzetten die het de grotere praktijken, met een andere kostenstructuur uit de buurt, lastig maakt door de (te) lage(re) tarieven. Dat jonge collega’s slecht verloond worden, suggereert op zijn minst een gebrek aan respect voor het eigen diploma maar ook dat er iets schort aan het businessmodel dat door vele dierenartsen en dierenartsenpraktijken -al dan niet gedwongen- wordt gehanteerd. Er zijn tal van  randfactoren die de rentabiliteit van praktijken kunnen bedreigen: er zijn de ontgoochelde collega’s die zelf een praktijk oprichten; het overaanbod afstuderende dierenartsen en de daarmee gepaard gaande concurrentie; er is vaak gebrek aan (affiniteit voor) ondernemerschap bij de gemiddelde dierenarts (ook al omdat de Faculteit Diergeneeskunde (UGent) daar jarenlang geen aandacht aan heeft besteed binnen het curriculum); er is de individualistische ingesteldheid van vele collega’s en de emotionele betrokkenheid tijdens de beroepsuitoefening die de broodnodige zakelijkheid op de achtergrond duwt; er is een gebrek aan krachtige syndicale verdediging, waardoor bijvoorbeeld maatschappelijk belangrijke taken en taken op het gebied van dierziektebewaking niet of heel slecht worden betaald. Daarmee is de hierboven vermelde complexiteit voor een deel geschetst en wordt alvast deels verklaard waarom een genuanceerd antwoord op de vraag noodzakelijk is.

Jonge collega’s (veel) te weinig betalen kan niet goed gepraat worden, doch deze problematiek zal niet opgelost worden door dierenartsen van de ene op de andere dag deontologisch te verplichten enkel nog collega’s binnen hun praktijk te werk te stellen in dienstverband.  Iemand aannemen als werknemer is namelijk duur en de verplichting deontologisch opleggen zou dus, naar mijn aanvoelen, zeker op korte termijn leiden tot minder werk voor jonge dierenartsen omdat veeleer dierenartsassistenten zullen worden aangenomen die in loondienst een stuk minder kosten. Bovendien mag niet vergeten worden dat een dierenarts ook als zelfstandige goed betaald kan worden en dat vaak deze zelfstandige medewerkers op termijn medevennoot worden van de praktijk. Niet alles is kommer en kwel.

Laat ons de zaken echter ook in een breder perspectief plaatsen. Is het verdedigbaar dat praktijkdierenartsen als werknemer werken, en dus ondergeschikt zijn aan een werkgever? Bedreigt een dienstverband in bepaalde mate niet altijd hun objectiviteit en onafhankelijkheid en leidt dat niet altijd tot kleine of grote belangenconflicten? Uiteraard moet hier genuanceerd worden gezien werken als werknemer bij een dierenartsenpraktijk in handen van alleen dierenartsen – momenteel mag het niet anders – anders moet bekeken worden dan werken als werknemer bij bijvoorbeeld een mengvoederfabriek die eigenaar is van de dieren op heel wat landbouwbedrijven waar aan dierziektebewaking moet worden gedaan en waar geneesmiddelen moeten worden ingezet. Het verschil in verantwoordelijkheid tussen dierenartsen actief in de nutsdierensector of in de gezelschapsdierensector speelt een rol, maar wat als straks de wetgever zou toelaten dat niet-dierenartsen/investeerders die enkel nog oog hebben voor het financiële rendement, zich kunnen inkopen in (gezelschapsdieren)praktijken? Zou dit de maatschappelijke rol van de dierenarts als geloofwaardige vrije en intellectuele beroeper niet fundamenteel aantasten, en daarmee het vertrouwen van  klanten en overheid kunnen schaden?

De maatschappij moet namelijk kunnen rekenen op praktijkdierenartsen die onafhankelijk en objectief handelen en wel omdat ze belangrijke taken uitvoeren: het bewaken van de diergezondheid, het dierenwelzijn, de volksgezondheid en de voedselveiligheid. Dat kan alleen op een correcte manier als geen andere dan maatschappelijke belangen voorop staan. Dit is meteen ook de reden waarom de wetgever daarover bepalingen in de wetgeving heeft opgenomen[1] [2] en waarom de Orde der Dierenartsen expliciet deze bepalingen in de Code der Plichtenleer heeft opgenomen[3]. Op basis van het maatschappelijk belang van de taken van een dierenarts, zou men moeten kunnen stellen dat de dierenarts die enkel en alleen correct kan uitvoeren als hij/ zij van niemand afhangt en door niemand kan worden aangestuurd om het commerciële boven het maatschappelijke belang te laten primeren. Uiteraard is dit voer voor discussie over een evenwel perfect verdedigbaar standpunt omdat het de enige basis vormt om op politiek vlak eisen te kunnen stellen als beroepsgroep. Alhoewel deze discussie de laatste (tientallen) jaren is uitgebleven, waardoor dierenartsen de exclusiviteit op de uitvoering van bepaalde taken hebben verloren, blijft het belang van het principe actueel. Het blijft wat mij betreft de essentiële basis voor de (her)waardering van het diergeneeskundige beroep.

Ik realiseer me dat niet iedereen de bovenstaande gedachtegang zal volgen en dat de link met de originele vraag “waarom worden jonge dierenartsen niet als bediende te werk gesteld en waarom zijn de Orde en de syndicaten op dat vlak zo stil?” misschien niet evident lijkt. De schijnbaar eenvoudige vraag in een ruimere context zien, is echter noodzakelijk, wil men de complexe randvoorwaarden op middellange termijn op een voor het diergeneeskundige beroep positieve manier beïnvloeden. Wie dat zal doen, is uiteraard een minstens even belangrijke vraag.

“Is de Orde niet bereid werk te maken van een standaard bediendencontract voor (jonge) dierenartsen?” Uiteraard wel maar dat gaat het beste gepaard met een debat over de ruime context (plethora, verdienmodellen, druk vanuit belangengroepen, enz.); een debat dat rekening houdt met de verschillen tussen de nutsdieren- en de gezelschapsdierenpraktijk; een debat dat gevoerd moet worden binnen en door de Orde en de syndicaten maar vooral ook door de praktijkdierenartsen zelf die al te vaak hun stem niet laten horen in nochtans erg relevante dossiers. Binnen de NGROD is de Commissie Contracten trouwens al langer bezig met het verzamelen van interessante en noodzakelijke passages uit de weinige bediendencontracten die voorgelegd worden om binnen afzienbare tijd een voorbeeldcontract beschikbaar te stellen.

Misschien is het nuttig te vermelden dat het Instituut voor Permanente Vorming van de  Faculteit Diergeneeskunde (UGent) een bijscholingsnamiddag[4] organiseert op 11 december aanstaande met als titel “De onafhankelijke praktijkdierenarts: een illusie of een must?” De gestelde vraag zal zeker ook aan bod komen, gezien het al dan niet werken in dienstverband onlosmakelijk verbonden is met de discussie rond onafhankelijkheid.

Het is niet eenvoudig om een eenduidig antwoord te formuleren op de boven gestelde vraag, daar de complexiteit ervan niet gering is. Terwijl werken als bediende voor vele (jonge) praktijkdierenartsen veel comfort zou kunnen genereren, moet echter nagedacht worden over de onafhankelijkheid van de dierenarts bij het uitvoeren van al zijn taken. Dat de reden waarom jonge dierenartsen als zelfstandige worden aangenomen, vaak niks te maken heeft met grote principes wat betreft onafhankelijkheid en objectiviteit, is mij uiteraard ook wel duidelijk. Elke denkoefening is evenwel nuttig. En ondertussen moet niemand zich geremd voelen om een zelfstandig meewerkende dierenarts correct(er) te betalen.

[1] Wet van 18 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde.

Art.  14. Zonder afbreuk te doen aan de wetten en de verordeningen, kan de dierenarts vrij de middelen kiezen die aangewend moeten worden hetzij voor het stellen van een diagnose, hetzij voor het instellen en het uitvoeren van de behandeling. Misbruiken van die vrijheid worden bestraft door de Raad van de Orde waartoe de dierenarts behoort.

[2] Koninklijk besluit van 20 november 2009 betreffende de erkenning van de dierenartsen.

Art.  5. De erkende dierenartsen voeren hun officiële opdrachten uit op een competente, loyale en correcte wijze, overeenkomstig de wets- en verordeningsbepalingen alsook de bijhorende omzendbrieven of instructies van de FOD of het Agentschap, elk volgens zijn bevoegdheidsdomein.

Wanneer zij tussenkomen in het kader van het epidemiologisch toezicht of bij het certificeren van dieren of beslagen, plaatsen de erkende dierenartsen zich niet, of laten ze zich niet plaatsen in een toestand van belangenconflicten, dit wil zeggen in een toestand waarin zij zelf of via een tussenpersoon een persoonlijk voordeel hebben dat de onpartijdige en objectieve uitoefening van hun opdracht kan beïnvloeden of de gewettigde verdenking ervan kan oproepen.

[3] Code der Plichtenleer editie 2013.

Art. 5 Onafhankelijkheid en onpartijdigheid.

De dierenarts moet zijn beroep uitoefenen in totale onafhankelijkheid en onpartijdigheid.

[4] http://www.ipv-dgk.ugent.be/v3/pages/programmas/index.php?cat=pm&id=271#selected%20

(Tekst aangepast van De Vliegher. 2014.Vlaams Diergeneeskundig Tijdschrift, 83, 269-271)

Advertenties

8 thoughts on “(Schijn)Zelfstandigen in de dierenartsenpraktijk

Add yours

  1. Uitgave VDV nr. 202 december 2014

    Reactie op de bijdrage van Prof. Sarne De Vliegher en Steven De Smedt. De 2 artikels die voornamelijk handelen over het welzijn van de jonge dierenartsen, in overtal.

    Beste,

    Beide artikels zijn heel waardevol in deze problematiek en een must voor een syndicaal tijdschrift.

    De situatie wordt eindelijk eens goed geschetst. Er is zelfs een schuchtere poging om voor deze schrijnende toestand oplossingen te suggereren. Zoals in het voorwoord van het tijdschrift is positief en constructief zijn wellicht een eerste stap naar een oplossing. Enkele maanden terug las ik nog een vaktijdschrift waar de inhoud voor meer dan 90% bestond uit ruzies tussen enkele individualisten die het ‘groot gelijk’ wilden halen. Daar geraakt men dus geen stap verder mee.

    Deze positieve houding mag ons echter niet weerhouden om duidelijk standpunten in te nemen.

    Hieronder mijn standpunt als ouder van een jonge dierenarts die na een frustrerende en onderbetaalde maar gerichte praktijkopleiding van enkele jaren tewerkgesteld is als volwaardige werknemer (grensarbeider) in een dierenartspraktijk in Frankrijk, juist ‘over de schreve’. Dit is echter een uitzondering op de situatie van de vele jonge collega’s die niet van de grond geraken. Deze gemotiveerde jongeren moeten daarvan de schuld niet op zich nemen. Het gebrekkige onderwijs dat aan te veel studenten enkel heel veel kennis maar onvoldoende kwaliteit (praktijk) kan meegeven, samen met de oververzadigde en ongestructureerde werkomgeving maken het onmogelijk om een toekomst uit te bouwen. Meestal zijn de uitzonderingen daarop te vinden in de familiale sfeer waarbij een praktijk overgaat van ouder op kind, of waar er voor de langdurige opstart van een nieuwe praktijk een riante financiële ondersteuning kan zijn van zijn of haar familie, en dan nog.

    Ik weet niet als de afgestudeerden van de komende jaren er veel aan hebben als er nog 10 jaar in een ruimer kader gediscussieerd wordt over de onafhankelijkheid van de dierenarts, de opdrachten van de orde als toezichthouder, de deontologie van het beroep in relatie met het statuut… enz. Hoeveel generaties moeten er ondertussen nog verloren gaan. Er moet een tijd aanbreken van ‘syndicale actie’ met concrete eisen. We mogen niet alleen vaktijdschriften opvullen met meestal dezelfde bezorgdheden en conclusies, daar geraken we wellicht ook niet verder mee. We komen met onze verzuchtingen ook veel te weinig in de media cfr. M. Vandenbossche. Is het welzijn van de dierenartsen van minder belang? Buiten enkele uitzendingen op Radio 2 werden de problemen nog nooit publiekelijk naar voor gebracht. Hoe komt dit toch? Daartegenover zijn er op TV wel voldoende programma’s die het beroep van dierenarts ten onrechte idealiseren en zo nog meer schade aanbrengen. Conclusie de 2 artikels zijn een zoveelste benadering van deze problematiek maar terug een maat voor niets, en we blijven ronddraaien in het eigen wereldje.

    Inhoudelijk komen de inzichten van beide artikels heel goed overeen met een ‘open brief’ DIERENARTSEN in NESTEN’ (op te vragen via onderstaand mailadres) aan de universiteiten van Ugent en A’pen. De artikels zijn wel veel beter geschreven en uitgewerkt dan mijn brief, maar in alle bescheidenheid wens ik er op te wijzen dat ik (samen met een zielsverwant) enkele maanden geleden mijn nek iets verder heb uitgestoken en wellicht daardoor (wie zal het weten) de universiteiten de doorstroom van het aantal (beroeps)studenten effectief beperken door de lat wat hoger te leggen. Zij wachten alvast niet meer op de politiek. Ook onze nieuw minister van onderwijs nam mijn brief ter harte en neemt onze bedenkingen mee in de bespreking van deze problematiek in de bevoegde commissie. Zou er dan toch een opening komen naar een echte doorbraak. Hopelijk komt daar op korte termijn dus ook resultaat uit alhoewel men in de Vlaamse politiek, met de kernwoorden VERTROUWEN, VERBINDEN en VOORUITGANG ondertussen meestal op anderen (onderwijs, sector…) VERTROUWD om hun specifieke problemen zelf aan te pakken. Toch dient de politiek ook hier haar rol te spelen en die er moet in bestaan om de noodzakelijke vernieuwing te coördineren en een nieuw wettelijk kader aan te bieden. Ik denk in deze context bijvoorbeeld aan het eerste jaar aan een universiteit waarbij de doorstroom van deze studenten aan de KUL momenteel helemaal anders gereglementeerd is dan in Ugent. Komt iedere student dan na een mislukt eerste jaar in Leuven dan naar Gent? De politiek mag dus haar verantwoordelijkheid niet afschuiven door ‘vervelende’ bevoegdheden gemakkelijkheidshalve door te schuiven aan andere instanties die daarvoor meer zelfstandigheid en bevoegdheden krijgen. Er zijn nu eenmaal zaken die een overkoepelende reglementering en wettelijk kader moeten krijgen, dit in het algemeen belang zoals in het kader van de voedselveiligheid van de burger, een deftig wettelijk kader van de arbeidsverhoudingen in de sector, een veralgemeend aangepast en rechtvaardig onderwijssysteem enz. Er zijn reeds decennia altijd maar stukjes gebreid aan de huidige wetgeving van de diergeneeskunde, is het geen tijd om eens een nieuwe trui op te zetten conform de moderne trend, een wettelijk kader dat een weerspiegeling is van de maatschappelijke economische en sociale (schrijnende) realiteit van de sector en het bijhorend onderwijs. Dit is pas een uitdaging voor de betrokken partijen die met de nodige moed, (zelf)vertrouwen en volhardende motivatie deze toestand kunnen regulariseren, ten goede van het welzijn van de dierenarts, de dieren, de volksgezondheid… het wordt echt tijd dat er iets gedaan wordt.

    Enkel concrete reacties op beide artikels:

    Kwaliteit:

    Als mijn kater moet gecastreerd worden dan zoek ik, als ik geen huisdierenarts heb met een medische historiek van mijn kater, de dierenarts in de streek die het goedkoopst deze klus kan klaren. Als hij nu, in dit geval kwaliteit levert of niet, is voor de meesten een zorg. Ik zelf zou alvast geen (jonge) veearts kiezen die pas afgestudeerd is in ‘grote huisdieren’ want de kans is dan groot dat mijn kater zich alsnog kan voortplanten. Stel je voor, je bent afgestudeerd als dierenarts en dat je bij zo’n banale interventie moet doorverwijzen naar een collega.
    Beschamend (voor de opleiding).

    Ervaring opdoen:

    Mijn dochter schreef na haar studies een 60 tal ‘sollicitatiebrieven’ naar praktijken in onze omgeving (Z-W Vlaanderen) om GRATIS wat te mogen meelopen en zo de broodnodige ervaring op te doen.

    Er kwam geen enkele reactie. Dan maar contact gezocht met een dierenarts die ik nog kende van in het middelbaar onderwijs… oei, hij had namelijk een heel slechte ervaring gehad met de ‘werkstage’ van een collega, die zich na haar opleiding vestigde in zijn onmiddellijke omgeving en onder de prijs begon te werken. Mijn ‘relatie’ met een oude vriend werkte dus ook al niet. Dit voorbeeld als bevestiging van uw artikel.

    Plethora:

    Een voorstel van ‘syndicale eis’: geen ingangsexamen maar een ernstige evaluatie na de 2de zit van het eerste jaar. Gelijkaardig aan het initiatief in KUL. Het programma van het eerste jaar dient dan ook eerst herzien te worden in het kader van de echte ‘talenten’ die van een dierenarts mag verwacht worden m.a.w. niet enkel theoretische kennisvakken maar ook contact met de praktijk. Ik hoor nog een studente na het derde jaar zeggen: ‘nu weet ik dat ik geen dierenarts wil worden !’ (mijn dochter kreeg dan maar haar leerboeken). Wat een verspilling van geld en motivatie als men daar 3 jaar moet over doen. Hoe zou dat komen?

    Onderwijs:

    Naast bovenstaande dient het onderwijs (U Gent) eindtermen te bepalen in verband met de praktische kennis die iedere discipline van de studies moet bezitten alvorens af te studeren. Dit zou al veel miserie oplossen. Minder studenten biedt de mogelijkheid om betere praktijk mee te geven en minder afhankelijk te zijn van de loyaliteit van de gevestigde dierenartsen. Gezien ook tijdens de studies het voor student meer een meer duidelijk wordt dat er bijna geen toekomst is om zich binnen de sector een plaats te veroveren als zelfstandig dierenarts wordt de focus verlegd naar de mogelijkheid om ook als academisch personeel aan de slag te kunnen, prof, assistent, labo personeel enz…
    Maar iedereen kan toch niet blijven plakken in Merelbeke of aanverwante instanties.

    Verder is het goed, zoals hier en daar in uw tijdschrift te lezen valt, dat men eens over het muurtje kijkt naar de humane geneeskunde. We kunnen van hun nog veel leren, vooral op gebied van de arbeidsorganisatie in de sector en de praktijkopleiding in deze studierichting. Misschien is het nuttig van bijvoorbeeld gewoon eens na te denken over het verschil tussen de werksituatie van een gynaecoloog en een dierenarts ‘rund’… een wereld van verschil. Van de ene is men heel content dat men de arts even te zien krijgt van de andere arts is men meestal ontevreden en ongeduldig als de arts iets later komt dan gedacht m.a.w. men is veel toleranter in de humane geneeskunde. De humane artsen hebben de strijd met de klant reeds lang gewonnen, bij de dierenartsen moet deze nog beginnen. Hoe zou dat komen?

    Ik wil eindigen met enkele vragen:

    wie is in staat om in deze problematiek het voortouw te nemen en deze te normaliseren? 1 persoon die de versnippering kan ordenen en de juiste acties voorstellen en uitwerken. Dit kan een professor zijn van Ugent, de voorzitter van de orde, een gepassioneerd ruimdenkend, onbevooroordeeld lid van de onderwijscommissie of misschien zelfs de minister of afgevaardigde vb. een deskundig kabinetsmedewerker… iemand zou voor deze functie van coördinator (VERBINDEN) deftig geselecteerd en vrijgesteld moeten worden en algemeen aanvaard worden in de sector om deze uitdaging tot een goed einde te brengen, wat mij een meer dan voltijdse taak lijkt te zijn). Zou er dergelijke witte raaf in Vlaanderen te vinden zijn? Hij/zij zou kunnen betaald worden door diverse bijdragen van diverse instanties… er zijn er zeker voldoende om die persoon een goed loon te geven, tot opdracht vervuld is.

    welke aanpak kan resultaat garanderen, en tegen wanneer? (deskundigen van de verschillende belangengroepen worden opgezocht om zich te engageren voor het overleg, er wordt een eerste agenda en overlegschema opgemaakt en wij zijn vertrokken… VOORUITGANG)

    misschien is het dan mogelijk om de verslaggeving van dit overleg openbaar te maken door dit in de diverse vaktijdschriften te plaatsen?
    (een terugkoppeling naar andere geïnteresseerde betrokkenen kan nieuwe ideeën aanbrengen, die een invloed kunnen hebben op de besprekingen. Het zou alvast beter zijn dan dat we permanent schrijven dat er moet overleg zijn, dat we moeten gaan naar een werkgeversstatuut, dat we moeten zorgen voor kwaliteit als selectie, dat we dit allemaal in een ruimere context moeten zien… enz., en we blijven maar zeggen en schrijven hoe we er over denken…)

    Hopelijk kan de redactie van VDV mijn bijdrage als voldoende positief en constructief evalueren en meenemen in de communicatie met hun leden.

    Alvast mijn waardering voor de auteurs van de 2 artikels, maar ook aan VDV die mij ook bekoorde met het artikel over de ECO-dierenarts !

    Groeten

    fernand.feryn@telenet.be

    1. Een erg open en nuttige bijdrage en dan nog wel van buiten ons beroep!
      We moeten echter niet op zoek naar witte raven, denk ik. Die zouden direct afgeschoten worden, vrees ik…
      Dierenartsen moeten zich voor eens en voor altijd professioneler organiseren om vanuit EEN (=1) structuur kennis op te bouwen, te communiceren, te wegen op beslissingen, om zelf een stuk beleid te maken in plaats van het steeds maar te moeten ondergaan. En dan wordt heel wat mogelijk van hetgene hierboven werd geventileerd. Een idee daarrond (“Domus veterinaria”, met dank aan Steven De Smedt voor de naam) lanceerde ik recentelijk op https://sarnedevliegher.wordpress.com/2014/11/23/somnium-verum-evadit/ . Zijn dromen altijd bedrog?

  2. Geachte,
    de problematiek omtrent plethora en jonge dierenartsen is een zeer complex probleem. Een tiental jaren geleden, had ikzelf samen met de VDV-jongeren een heuse actie opgezet met pamfletten en dergelijke om uit te delen tijdens de opendeurdagen van de faculteit. Tevens hadden we ook een petitie georganiseerd met meer dan 2000 protesthandtekeningen. Echter , in die tijd werden we vakkundig van de faculteit verwijderd door de decaan. Het stoorde ons toen enorm dat de de faculteitsmensen in die dagen enkel maar bezig waren met het ronselen van studenten, voor de broodnodige subsisdies, want “plethora”, daar was toen geen sprake van. Blijkbaar in de afgelopen jaren, is het tij gekeerd en geven diezelfde mensen nu gelukkig wel toe dat de “plethora” een gegeven is en dat de toekomst voor een jonge dierenarts , indien die een job in het veld zoekt ala dr Vlimmen, niet rooskleurig is. Ik ben al blij dat deze kentering er is gekomen, enkel rijkelijk te laat. En blijkbaar nog niet voldoende om potentiële studenten te ontmoedigen.
    In het laatste jaar hebben verschillende berichten mij bereikt van studenten: zij voelen nu de al bui hangen en zijn al negatief ingesteld nog voor ze afstuderen. Dat kan toch ook niet de bedoeling zijn? Zij voelen zich tekort gedaan omdat ze niet juist werden geinformeerd.
    Alle betrokken partijen zijn het erover eens: er is “plethora”. Hoe lossen we dat dan op? dat is een goede vraag… Je moet in België steeds langs politieke weg iets bereiken. Het politieke draagvlak is momenteel niet aanwezig. Hoe kunnen we dat draagvlak organiseren? Door veel gesprekken te organiseren met de juiste mensen. VDV is daar momenteel mee bezig, maar ook dat loopt niet van een leien dakje.
    Oplossingen zijn er ook op verschillende niveaus :
    * je kan na afstuderen eerst 2 jaar verplichte stage moeten doen, tegen een vastgelegde vergoeding ( cfr de humane artsen, cfr de advocaten aan de balie ) Dit biedt het voordeel aan de jonge dierenarts dat er tenminste al een minimumverloning in dienstverband is. Met wat geluk kan de stagiair ook blijven op zijn plaats. Nadeel is dat er misschien niet voldoende plaatsen beschikbaar zijn of dat jonge dierenartsen ook zullen moeten fungeren als assistent.
    * juiste informatie geven aan potentiële studenten
    * er voor zorgen dat de faculteiten een vaste subsidie krijgen ongeacht het aantal studenten.
    * het organiseren van een ingangsexamen, heeft de bekende voor- en nadelen
    * cfr Uleuven ; geen mogelijkheid om opnieuw in te schrijven met een resultaat van minder dan 30% in tweede zit
    * het huidige systeem van zelf pakketten samen te stellen en zodoende uw 6 jaren over 10 jaren spreiden heeft ook niet goed gedaan aan het aantal studenten
    * en nog menig meer

    In mijn opinie moeten we nog steeds , te samen met de faculteit, de orde en de syndicaten eerst een politiek draagvlak organiseren en vandaar stap voor stap een oplossing zoeken waar alle partijen bij kunnen winnen; dus zowel de huidige dierenartsen, de faculteit en de studenten.

    Er zijn meerdere mensen bereid om mee op de barricade te gaan staan. Er moet inderdaad een actieplan komen. Maar we zullen ook eerst de witte raaf moeten vinden , die dit allemaal gaat structureren. Hopelijk staat er snel iemand op.

    Met collegiale groeten
    Tom Deleu

  3. Geachte,
    in mijn vorige reactie was ik nog een belangrijk punt vergeten.
    Ook de huidige dierenartsen zijn niet vrij van schulden in deze problematiek van “schijn”zelfstandigheid, onderbetaling en dergelijke. Zelf ben ik werkzaam in een groepspraktijk KHD. Wij werken momenteel met 9 dierenartsen, ongeveer 7 Full Time Equivalenten ( FTE ) .
    Het werken in groep biedt mijn inziens meer voordelen dan nadelen. Door samen te werken heb je meer kennis, kan ieder meer zijn eigen specifieke talenten ontwikkelen en daar profiteert de klant, met name de patiënt van. Bovendien moet je dure toestellen maar 1 keer aankopen, terwijl een éénmanspraktijk die zelfde dure toestellen ook moet aankopen. In een groepspraktijk renderen investeringen automatisch beter dan in éénmanspraktijken.

    Het lijkt ook de tendens dat in grotere praktijken over het algemeen ook betere tarieven worden gehanteerd. De discussie over minimumtarieven is reeds lang van de baan, die komen niet terug. Maar je hoort vaak in het veld dat jonge dierenartsen trachten hun eigen praktijk op te starten door het hanteren van dumptarieven. Je kan het ze moeilijk kwalijk nemen, want als ze ergens in een groepspraktijk gaan werken, moeten ze vaak veel uren kloppen voor weinig verloning, dus kunnen ze in een eigen praktijkje aan lage tarieven, vaak meer verdienen door minder uren te kloppen.

    Grote praktijken hebben ook minder last van nieuwe concullega´s die zich komen vestigen in de buurt. Volgens mij komt dat omdat een jonge dierenarts wel eerst gaat kijken in welke streek hij zich zal vestigen, en streken waar geen groepspraktijken zijn, lijken vanuit economisch standpunt een betere uitvalsbasis.

    In groepspraktijken is er doorgaans dus een beter rendement ( de kost van toestellen per dierenarts is aanzienlijk lager en er worden hogere tarieven,gerekend) waardoor de dierenartsen meer tijd kunnen spenderen aan hun gezin, wat ook een gunstige invloed heeft op het algemeen welzijn van de dierenartsen en de praktijk. Je hebt geen druk van je telefoon die alle momenten kan afgaan, want je weet dat je klanten bij je collega´s terecht kunnen en dus heb je niet het gevoel dat je klanten gaat verliezen door niet permanent aanwezig te zijn… Deze groepspraktijken gaan dus ook sneller jonge dierenartsen kunnen inschakelen en dit zelfs gekoppeld met een betere verloning.

    Mijn inziens zouden veel praktijken er wel bij varen door meer samen te werken. Waarom dit nog niet op grote schaal gebeurt zoals in het buitenland weet ik ook niet? Is het uit schrik om minder te verdienen? zullen ze geen anders gekleurd geld meer kunnen ontvangen? Is het omdat wij liever op ons alleen werken en ploeteren 24 uur per dag, 7 op 7? Is er geen vertrouwen onder elkaar? Misschien moeten daar eens studies over gemaakt worden? Er zijn ook echt wel nadelen verbonden aan het werken in groep, laat ons eerlijk zijn ( je kan niet altijd je ding doen, je moet elkaars agenda respecteren, je moet voor elkaar inspringen als er iets met de kinderen is, …) Maar wegen die nadelen op tegen alle voordelen?

    Ik heb al vaak gehoord van dierenartsen dat er een soort norm moet komen voor praktijken.Als iemand een bepaalde norm niet haalt, zou hij geen praktijk mogen houden. Maar hoe ga je die norm bepalen? De norm ligt ook anders voor een dierenarts die GHD doet, dan voor een dierenarts die enkel KHD doet… Wie kan er opleggen welke toestellen je moet bezitten alvorens je een bord ” dierenarts” mag uithangen? Hoeveel bijscholing moet men jaarlijks doen? Je kan hier geen lijn in trekken.

    Wat ik wel als een bedreiging zie, is dat de orde nog al te vaak komt opdraven met de deontolgie. Ik ben ook voorstander van een deontologische code die we moeten volgen. Maar deze zou nog veel beter kunnen aangepast worden aan het huidige economisch klimaat. Ik kan enkel spreken vanuit mijn ervaring als KHD-dierenarts, maar als ik zie dat wij van de overheid meestal 21% btw moeten rekenen, wilt dat zeggen dat die overheid ons beschouwt als een commercieel beroep. Dan moeten we ons dus ook zo kunnen gedragen. Geen platte commerce, maar wel “commercieel” in een brede betekenis. Langs alle kanten worden we belaagd door andere groepen die een deel van onze koek maar al te graag afpakken. Bij Horta krijg je bij aankoop van een zak hondebrok gratis een vaccinatie. Nederlandse firma´s brengen hun waar via hun webshops aan de man voor prijzen waar wij niet aankunnen… Stimuleer de dierenartsen dus om hun praktijken beter uit te bouwen: een trimsalon, een wandeldienst, een pension, een petshop,… Laat de dierenarts acties doen via facebook…
    Als dierenartsen hun diensten zouden kunnen verbreden, komt dat ook ten goede van de jonge dierenartsen, die gemakkelijker werk gaan vinden.

    Een andere bedreiging zijn de dierenartsassistenten die momenteel massaal afstuderen. Zij organiseren zich ook in een syndicale vereniging met als voornaamste doel ervoor zorgen dat hun takenpakket drastisch wordt vergroot zodat zij niet enkel maar hoeven te kuisen en de telefoon op te pakken. Ik kan ze geen ongelijk geven. Het is volgens mij dan ook maar een kwestie van tijd voordat deze assistenten ook meer diergeneeskundig werk kunnen gaan verrichten ( cfr in de UK zijn er doorgaans meer assistenten dan dierenartsen in grotere praktijken). Hopelijk zijn we tegen dan allemaal beter georganiseerd, ttz hanteren we juiste tarieven en zijn we overtuigd dat wij als dierenarts ook niet persé 16 uur per dag moeten werken. Maar uiteindelijk, als de job van dierenartsassistent aantrekkelijker wordt, kan dit ook een oplossing voor de plethora zijn.

    met collegiale groeten
    Tom Deleue

    1. Dank je Tom, voor de uitgebreide en heel open reacties. Heel veel waardevolle gedachten. Gaat de sneeuwbal aan het rollen?
      Echter iets over de Code… : onze Code (http://www.ordederdierenartsen.be/_cms/files/file_sys_Documenten_Bestand_19.pdf) is er niet om dierenartsen te plagen. Veeleer is het een bundel regels opgesteld DOOR dierenartsen VOOR dierenartsen met de bedoeling via een vorm van autocontrole onszelf te reguleren en dag in dag uit aan de maatschappij en de klanten te bewijzen dat dierenartsen betrouwbare partners zijn. De Code, en bij uitbreiding de Orde, bestaan dus om de geloofwaardigheid van het ganse beroep te vrijwaren. Daar ben ik rotsvast van overtuigd en dat is mijn engagement binnen de Orde.
      De Code is ook steeds in beweging een laat ondertussen – gelukkig maar – al heel veel vrijheid als je de vergelijking maakt met enkele jaren geleden (ondertussen is de editie 2015 bijna klaar). Een praktijk combineren met een trimsalon bijvoorbeeld kan al als maar enkele specifieke regels worden gevolgd. Lees de huidige versie maar een keer na en dan zal je dat vaststellen dat er veel meer kan dan je denkt. De huidige NGROD denkt trouwens ook constant na over evolutie en spendeerde de laatste paar maanden vele uren denkwerk aan zaken als webshops, vestiging, onafhankelijkheid, vennootschappen en verdeling van de aandelen …
      In het Verenigd Koninkrijk is de Code of Professional Conduct (http://www.rcvs.org.uk/advice-and-guidance/code-of-professional-conduct-for-veterinary-surgeons/) trouwens niet van de poes (nochtans een regio waar heel veel kan) en treedt de Royal College of Veterinary Surgeons (RCVS, cf. onze Orde) streng op. En toch wordt de RCVS erg gerespecteerd … iets wat volgens mij volledig samen gaat met heel veel respect vanuit de maatschappij voor dierenartsen. In Vlaanderen hebben dierenartsen te weinig vertrouwen in de Orde (ook door een gebrek aan communicatie vanuit de Orde) en dat gaat zonder meer samen met een groot gebrek aan respect voor elkaar en zelfs voor het eigen diploma (zoek niet de kip of het ei). Dat reflecteert zich dan weer in grote onzichtbaarheid binnen de maatschappij en een daarmee gepaard gaand gebrek aan respect. Een oplossing daar voor? Zie https://sarnedevliegher.wordpress.com/2014/11/23/somnium-verum-evadit/ ?

  4. Er beweegt duidelijk iets, maar dit is natuurlijk niet voldoende, het mag ook niet stilvallen.
    Aan ideeën geen gebrek heden ten dage, actualisering van de bedrijfsbegeleiding, andere syndicale organisatie in nauw verband met de Orde, jonge collega’s die hun stem laten horen, actie rond plethora, modernisering van de praktijkvoering, waar de Orde volop over meedenkt met regelmatige updates van de Code,….
    Wat is er nu nodig om dit proces niet te laten stilvallen? Een witte raaf kan het niet alleen, in het huidige gepolariseerde syndicale klimaat (van één kant toch) is dit “zelfmoord”. Wel zijn er personen die de kar willen trekken, de lijnen uitzetten en alles in goede banen leiden. Een aansturing kan komen vanuit de regionales. Dit valt ook goed te vergelijken met de werking bij bv. Boerenbond. Hoewel de belangen van veehouders en dierenartsen niet altijd gelijk lopen, kunnen we niet anders dan met ontzag kijken hoe hun syndicale werking een goed geöliede machine is.Momenteel zijn er in Vlaanderen heel wat goed draaiende plaatselijke dierenartsenverenigingen die de vinger aan de pols houden en bereid zijn om mee te denken. Het is dus zaak om de vlam aan te wakkeren, het momentum kan anders vlug voorbij zijn.
    Heel interessante bedenkingen ook van buiten het beroep. Wel moeten we de strijd met de klant niet winnen, zoals in de humane geneeskunde zou gebeurd zijn, maar we moeten daarentegen het respect afdwingen van onze klant, dat geeft het zelfde resultaat, maar een resultaat dat is afgedwongen door ons te profileren als een betrouwbare partner voor onze klant waar het diergeneeskunde betreft.

    1. Inderdaad aan ideeën geen gebrek en we zijn al een paar decennia het allemaal er over eens dat het zo niet verder kan. Ondertussen hebben ze dit recentelijk begrepen in Wallonië, en is er na het 1ste jaar een ernstige beperking in de doorstroom. Zo kan het overtal aan studenten zonder problemen de ‘grens’ oversteken en hun kans wagen in Merelbeke of A’pen. Dit wordt volgend jaar echt rampzalig voor de kwaliteitszorg (praktijkopleiding) enz. enz. Nu dat we toch allemaal aan het staken zijn, zouden de prof’s en andere zielsverwanten niet eens op straat komen, wie organiseert dat… ?!
      Deze problematiek komt veel te weinig in de openbaarheid, niettegenstaande we nu zelfs een dierenarts hebben als baas van de VRT. Wie spreekt hem aan om vb. deze problematiek eens deftig toe te lichten in een programma met een hoog kijkcijfer zoals ‘de afspraak’, de zevende dag’… het is een begin.
      Wie zet eens zijn eigenbelang op zij, steekt zijn nek uit en neemt hier eindelijk eens een deftig initiatief !!! in het algemeen belang van het onderwijs, de sector, de studenten, de afgestudeerden… of bang van afgeschoten te worden?
      Groeten
      Fernand Feryn

      PS: er zouden dit jaar in Merelbeke terug 244 dierenartsen afstuderen… met als resultaat 200 gefrusteerde hoog opgeleide mensen die spartelend niet van de grond geraken en het uiteindelijk opgeven… waanzin

      1. Beste Fernand, het dossier ligt nog steds op tafel en er wordt in stilte aan gewerkt. Het Waalse verhaal wordt daarbij aangegrepen om opnieuw druk te zetten.Zolang we echter verdeeld blijven in alles wat we als Vlaamse dierenartsen willen bereiken, zie ik weinig kans op slagen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: