Toespraak als voorzitter van de Nederlandstalige Gewestelijke Raad van de Orde der Dierenartsen op de nieuwjaarsreceptie – 10 januari 2014

“Beste collega’s,

Het doet me heel veel plezier jullie hier vandaag te zien.

We hebben als Nederlandstalige Gewestelijke Raad van de Orde der Dierenartsen (NGROD) het initiatief genomen om jullie vandaag uit te nodigen op onze eerste nieuwjaarsreceptie, de eerste van wat mij betreft hopelijk een lange reeks, met de bedoeling zelf wat meer naar buiten te treden maar vooral ook om een netwerkmoment te creëren waarop we elkaar in een informele setting bij een lekker glas ontmoeten, waar we kunnen bijpraten over belangrijke en minder belangrijke zaken al dan niet gelinkt aan de diergeneeskunde – koetjes en kalfjes zeg maar – om naar elkaar te luisteren, afspraken te maken om nieuwe ideeën uit te werken of oude problemen op te lossen maar vooral ook, en in eerste instantie, om het glas heffen op het nieuwe jaar.

De nieuwjaarsreceptie is een initiatief dat aansluit bij de driemaandelijkse overlegmomenten die ik als nieuwe voorzitter heb opgestart tussen het IVDB, de VDV en SAVAB. Als NGROD willen we er voor zorgen dat we elkaar in een ontspannen sfeer zien, kunnen overleggen, kunnen bijpraten, kunnen discussiëren en zelfs kunnen ruziën, zodat we elkaars standpunten, visies en ideeën niet meer alleen via de krant, mails, magazines of tweets moeten leren kennen. Je weet dat ik een groot voorstander ben van het “one voice” principe …

2013 was een jaar waarin voor het diergeneeskundig beroep heel wat bewoog en ook de NGROD heeft in dat jaar niet stilgezeten. Ons jaarverslag, dat momenteel voltooid wordt, zal daarover de nodige details geven maar ik vermeld alvast enkele zaken waar we, al dan niet binnen de schoot van de Hoge Raad van de Orde der Dierenartsen, en in overleg met de Waalse collega’s en de Vlaamse dierenartsen, mee bezig zijn geweest:

  • de voortgezette opleiding, waarbij 2013 zonder meer een overgangsjaar moet worden genoemd, een jaar waarin we als NGROD de violen hebben moeten gelijkstemmen binnen de Raad en met de Waalse broeders en waarbij we voor 2014 een modus operandi hebben gevonden – via onze volgende newsletter zullen we daarover duidelijk communiceren;
  • de diergeneeskundige rechtspersoon die momenteel in het parlement bediscussieerd wordt gezien het creëren ervan gebeurt via wijzigingen van de Wet op de instelling van de Orde en de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde – ik ben benieuw naar het eindresultaat en de implicaties voor de collega’s in het veld en voor de NGROD;
  • de bedrijfsbegeleiding 2.0, een dossier waar we tot mijn grote tevredenheid nog steeds in goed overleg met de Vlaamse boerenorganisaties samenwerken, een dossier dat wat mij betreft de motor kan/moet worden van de doelstellingen die AMRCA wil behalen door veehouder en bedrijfsbegeleidende dierenarts voluit te laten gaan voor preventie;
  • alles wat maken heeft met de antimicrobiële middelen, antimicrobiële resistentie en het kenniscentrum AMCRA, waar we als NGROD binnen de raad van bestuur de Belgische dierenartsen vertegenwoordigen en zullen blijven vertegenwoordigen – zoals verwacht is dit uiterst gevoelige en ontvlambare materie gebleken maar ik reken op de goodwill en de wijsheid van iedereen aan tafel in dit dossier – we zijn veeleer partners dan opponenten;
  • in een ruimer kader hebben we ons bezig gehouden met heel wat dossiers rond diergeneesmiddelen en internetverkoop en dat in goed overleg met pharma.be en de Overheid;
  • ook dierenwelzijn heeft onze aandacht gekregen, met zaken als de illegale puppyhandel, genetische afwijkingen bij honden en kermispony’s, steeds beladen en gevoelige dossiers;
  • er was ook heel wat te doen rond dierziektebestrijding – ik denk bijvoorbeeld aan de BVD-bestrijding – waarbij we als NGROD standvastig deel hebben genomen aan heel wat werkgroepvergaderingen binnen het Fonds, en in overleg zijn getreden met b.v. de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, om een wettelijk kader te creëren rond de Newcastle (NCD) vaccinaties;
  • ik vermeld het dossier beroepsaansprakelijkheid en de verzekering waar we in goed overleg met de Faculteit, Belvetex, de syndicaten, … hebben meegedacht rond o.a. de problematiek van de onverzekerbaarheid van sommige collega’s, een dossier dat we als NGROD nog steeds erg belangrijk vinden maar waar we, na rijp beraad, besloten hebben enkel nog te zullen faciliteren;
  • ik denk aan Vetconsult, het overlegplatform tussen de dierenartsen en de Overheid waar op een aangename manier heel veel belangrijke dossiers worden besproken, al dan niet ontmijnd, en waar we als NGROD constructief hebben meegedacht;
  • ook in 2013 zijn we in overleg getreden met de andere Ordes binnen de zogenaamde Interorde-meetings;
  • ik denk aan alle samenwerkingscontracten en diergeneeskundige constructies die tijdens 2013 door de Commissie contracten werden bestudeerd;
  • de laatsten paar weken hebben we de varkensdierenartsen zo goed mogelijk begeleid bij hun onderhandelingen met Belpork in het kader van de antibiotica-registratieverplichtingen.

Ook 2014 wordt een druk jaar, een jaar waarin we ons als NGROD verder bezig zullen houden met de opvolging van heel wat van de daarjuist vermelde maar ook nieuwe dossiers. Ik vermeld een paar speerpunten:

  • het dossier rond de antimicrobiële middelen zal niet alleen van de NGROD maar van alle dierenartsen de nodige aandacht moeten krijgen en ik hoop dan ook dat we samen met de veehouders, de veevoederindustrie, pharma.be, de Overheid en met de steun van AMCRA werk zullen kunnen maken van hetgeen de maatschappij van ons verwacht. Dierenartsen moeten volgens mij vooral voor eigen deur vegen en, zonder naïef te zijn, zich zo min mogelijk moeien met de stoep van anderen. In goed overleg met de Vlaamse dierenartsenverenigingen werd daarover trouwens al een consensus bereikt en ik hoop dan ook in de komende weken samen met de Waalse collega’s een belangrijke stap te kunnen zetten in het opnemen van onze eigen verantwoordelijkheid;
  • ook over de plethora maken we ons nog steeds zorgen, dat is niet nieuw, maar met nieuwe verkiezingen in aantocht is het moment gekomen om de koppen bij elkaar te steken en te bekijken wat er moet gebeuren om de druk van de ketel te halen in de praktijk. Ik hoop dat het mogelijk is om daarover een debat op gang te brengen dat ons aangeeft welke richting we uitkunnen, of uitmoeten.

Zoals je hoort, is de NGROD met veel zaken bezig. Het lijkt me logisch dat een Orde die moet waken over de geloofwaardigheid van het ganse diergeneeskundige beroep door regels op te stellen, mee is met haar tijd. Dat kan volgens mij alleen door met de voeten in de praktijk te staan en door mee aan tafel te zitten bij alle belangrijke vergaderingen die de diergeneeskunde aanbelangen, zodat de regels waaraan haar leden zich dienen te houden bij het uitvoeren van hun taken, mee evolueren. Syndicaten daarentegen waken over de belangen van de individuele dierenarts maar uiteraard zijn de dossier heel vaak dezelfde en heeft iedereen er belang bij dat de expertises, ervaringen, en talenten gedeeld worden.

Zodoende zal de NGROD zich ook in 2014 proactief en assertief opstellen en zorgen dat ze op de hoogte is en blijft van wat er reilt en zeilt in en rondom de diergeneeskunde. Ze zal zich informeren, engageren en faciliteren. Dat daarbij in dossiers een mening wordt geventileerd, lijkt me evident.

In 2013 werden na de verkiezingen ook de raden herschikt en het doet me plezier te kunnen zeggen dat er in de eerste drie maanden constructief en respectvol werd samengewerkt. Er werden al heroïsche debatten gehouden over de caudotomie, over AMCRA, over de plethora, … maar steeds op een redelijk correcte manier, en zo hoort het ook. Ik wil dan ook alle raadsleden, de magistraat en de mensen van het secretariaat bedanken voor de steun die ik heb gekregen als nieuwe voorzitter. Uiteraard hebben de vorige voorzitter en zijn ploeg gezorgd voor een mooie basis waarop het makkelijk verder werken is. Bedankt daarvoor.

Laat me bij deze dan ook in naam van de magistraat, de mensen van het secretariaat en alle raadsleden van de NGROD, het glas heffen om onszelf een gezond, constructief en wijs 2014 toe te wensen.”